De maakbaarheid van de Nederlandse natuur

Professional: Wouter Schrier Impect - Maakbaarheid van de Nederlandse natuur

Tijdens het door de European Geography Association georganiseerde jaarlijkse congres vond een excursie plaats in een natuurgebied in Drenthe. Onder begeleiding van Wouter Schrier, professional van Impect, werd het Drents-Friese Wold bezocht door een groep van 45 internationale geografie studenten en jong afgestudeerden.

De European Geography Association organiseert jaarlijks meerdere internationale congressen. Dit jaar vond het grootste jaarlijkse congres plaats in Nederland. Op het congres waren bijna 200 geografen uit maar liefst 22 landen aanwezig. De congresbezoekers hadden de keuze uit meerdere workshops en excursies. Wouter Schrier was samen met een oud collega van hem gevraagd een excursie over landschap en natuur te begeleiden. De keuze viel op het nationaal park het Drenths-Friese Wold dat ligt op de grens van deze provincies. Vroeg in de ochtend werd gestart met een dag durende wandeling door het natuurgebied. Meerdere stops werden ingelast in de verschillende deelgebieden van dit -voor Nederlandse begrippen- uitgestrekte gebied. Tijdens de stops werd uitleg gegeven over de ontstaanswijze, ontwikkeling en onderhoud van het landschap. Het landschap van het gebied is in verschillende geologische periodes gevormd, waarbij met name de laatste en één na laatste ijstijd van groot belang zijn geweest in de vorming.

Vanaf de komst van de mens is er veel veranderd in het gebied. In de middeleeuwen werden grote delen van de natuur ontgonnen. Op de daarvoor geschikte gronden vond akkerbouw plaats, de minder geschikte gebieden bleven in eerste instantie natuur. In de lage gebieden was moerasachtige begroeiing, op de hoger gelegen gronden bos en heide. Deze situatie heeft een aantal eeuwen bestaan. Vanaf de 20e eeuw kwam hier verandering in. Productiebos voor met name de steenkoolmijnen werd aangeplant en met de komst van kunstmest konden ook gebieden die voorheen niet voor landbouw geschikt waren ontgonnen worden. In de periode van recessie van de jaren ’30 werden veel mensen aan het werk gezet om grote gebieden in het huidige Drenths-Friese Wold te ontginnen.

Nu is er weer een hele andere trend zichtbaar: we willen meer natuur. Gebieden die soms met grote moeite in gebruik zijn genomen als landbouwgrond worden omgezet in “natuur”. Natuur staat bewust tussen aanhalingstekens, want tijdens de hevige discussies die op internationaal niveau werden gevoerd, lieten vele buitenlandse geografen merken dat zij vonden dat van natuur in dergelijke situaties geen sprake meer is. Ook het nut van de natuur in Nederland stond ter discussie. Is de natuur in Nederland er voor de flora en fauna of moet de natuur vooral een recreatief nut voor de mensen dienen? Gezien de grote hoeveelheid ingrepen in het landschap in de vorm van fiets- en wandelpaden, uitkijktorens, maar ook het afplaggen van heide om deze in stand te houden, werd deze vraag terecht gesteld.

Veel buitenlandse geografen waren van mening dat de nadruk voor de Nederlandse natuur meer op bescherming van de aanwezige gebieden moet komen te liggen, waarbij het belang van de echte natuur belangrijker zou moeten zijn dan het esthetische of recreatieve belang. Van daadwerkelijke natuurontwikkeling kan volgens sommige buitenlandse geografen pas sprake zijn als de natuur echt zijn gang kan gaan. Misschien zijn we in sommige natuurgebieden in Nederland ook wel teveel aan het “tuinieren in het groot”. In ieder geval was het interessant te zien dat buitenlanders vaak op een andere manier tegen onze natuur aankijken dan wij zelf doen.