De ideale stedelijke fiets- en wandelruimte binnen handbereik in 2015

Onderzoek ‘Fietsen en lopen naar duurzame stedelijke mobiliteit’, ing. Bas Kippers MSc.

Reizigers kunnen geprikkeld worden om meer te gaan fietsen en lopen als duurzaam alternatief voor korte autoritten. Dit blijkt uit onderzoek door Bas Kippers, professional van Impect. Als gemeenten actief aan de slag gaan met de aangedragen duurzame oplossingsrichtingen, kan de ideale fiets- en wandelruimte in veel Nederlandse steden in 2015 benaderd worden. Op die manier kunnen de vervoerswijzen fietsen en lopen bijdragen aan het terugdringen van de problemen die ontstaan door korte autoritten in Nederlandse steden.

Nieuws fiets- en wandelruimte

Inleiding

Van jong tot oud, bijna alle mensen fietsen en lopen. Per fiets en te voet een recreatief ommetje maken, of utilitair lopen naar de bushalte en fietsen naar het station. Toch pakken Nederlanders over korte afstanden nog vaak de auto om boodschappen te doen, op bezoek te gaan of om naar school of werk te gaan. Van alle verplaatsingen per persoon per dag, bedraagt het aantal verplaatsingen tot 7,5 kilometer maar liefst 70%. Van alle verplaatsingen tot 7,5 kilometer bestaat verreweg het grootste deel uit verplaatsingen per auto, per fiets en te voet. In tegenstelling tot fietsen en lopen leiden korte autoritten tot maatschappelijke problemen met betrekking tot:

  1. Het leefklimaat in woongebieden;
  2. De bereikbaarheid van stedelijke gebieden;
  3. De verkeersveiligheid;
  4. Het milieu (emissies, luchtkwaliteit en geluidhinder);
  5. De gezondheid van de reiziger zelf.

Hoofdonderzoeksvraag

Dit leidt tot de vraag wat er gedaan kan worden om deze problemen terug te dringen of zelfs op te lossen. Antwoord op deze vraag lijkt het streven naar duurzame vormen van mobiliteit. Vaak wordt aangenomen dat de vervoerswijzen fietsen en lopen duurzamer zijn dan andere vervoerswijzen en dat ze ingezet kunnen worden om problemen veroorzaakt door korte autoritten terug te dringen. Deze aanname heeft geleid tot de volgende hoofdonderzoeksvraag: Hoe kunnen in Nederlandse steden de vervoerswijzen fietsen en lopen ingezet worden om in 2015 een verbetering te realiseren ten aanzien van de huidige vijf problemen die veroorzaakt worden door korte autoritten?

Onderzoeksaanpak

Om antwoord te krijgen op de hoofdonderzoeksvraag zijn de volgende onderzoeksmethoden gehanteerd: literatuuronderzoek, interviews, het ontwikkelen van een toets (een duurzaamheidstoets), het ontwikkelen van een analyse-instrument (de Wandelbalans) en een casestudy. Vooral literatuuronderzoek heeft veel bruikbare wetenschappelijke literatuur opgeleverd. Op basis hiervan zijn bijvoorbeeld verschillende begrippen (zoals duurzame mobiliteit en de ideale fiets- en wandelruimte) gedefinieerd en zijn de twee bovengenoemde instrumenten ontwikkeld. Daarnaast hebben interviews geleid tot inzicht in het realiteitsgehalte van theoretische aanbevelingen en de haalbaarheid van aangedragen oplossingsrichtingen.

Duurzaamheid stedelijke vervoerswijzen

Om de aanname dat de vervoerswijzen fietsen en lopen duurzamer zijn dan andere stedelijke vervoerswijzen te kunnen toetsen is allereerst het begrip duurzaamheid gedefinieerd. Bij duurzaamheid gaat het om een evenwichtige onderlinge samenhang tussen sociaal-culturele rechtvaardigheid, ecologische kwaliteit en economische groei. Daarbij mag geen afwenteling plaatsvinden naar andere ruimtelijke schaalniveaus, niet op korte en lange termijn. Dit is samengevat als de 4P’s van duurzaamheid: People, Planet, Prosperity en Project. Op basis hiervan is duurzame mobiliteit gedefinieerd als verplaatsingen waarbij gebruik gemaakt wordt van vervoerswijzen die evenwichtig en positief scoren op de duurzaamheidsaspecten People, Planet, Prosperity en Project (4P’s). Aan de hand van de 4P’s en bijbehorende thema’s is in het kader van dit onderzoek een duurzaamheidstoets ontwikkeld door Bas Kippers, waarmee de duurzaamheid van stedelijke vervoerswijzen getoetst is. Het resultaat laat zien dat de auto van de stedelijke vervoerswijzen het minst duurzaam is, terwijl fietsen en lopen de meest duurzame vervoerswijzen blijken te zijn.

De ideale fiets- en wandelruimte

Om de duurzame vervoerswijzen fietsen en lopen in Nederlandse steden beter in te kunnen zetten is inzicht in de ideale fiets- en wandelruimte nodig. Op basis van literatuuronderzoek is de ideale fiets- en wandelruimte gedefinieerd als een aaneengesloten, samenhangend netwerk van paden. De paden kunnen zowel utilitair (zoals naar winkel, school, werk gaan) als recreatief (zoals een ommetje maken of de hond uitlaten) gebruikt worden. Fietsers en wandelaars die gebruik maken van het netwerk kunnen ongehinderd andere infrastructuren (zoals spoorlijnen, rond- en snelwegen) kruisen. Paden in het netwerk zijn verkeersveilig en sociaal veilig. Een netwerk brengt fietsers en wandelaars op een comfortabele, snelle en aantrekkelijke manier naar bestemmingen.

Kwaliteit fiets- en wandelruimte bepalen

De ideale fiets- en wandelruimte komt in de praktijk nog maar weinig voor. In de meeste steden ontbreken belangrijke schakels in het padennetwerk. Een analyse-instrument om de kwaliteit van de bestaande fietsruimte te kunnen bepalen is de Fietsbalans die ontwikkeld is door de Fietsersbond. Een soortgelijk analyse-instrument voor wandelen bestaat niet. Daarom heeft Bas Kippers de Wandelbalans geïntroduceerd en ontwikkeld die in lijn ligt met de Fietsbalans (zie onderstaand figuur). Op deze manier zijn fiets en wandelresultaten in de toekomst goed met elkaar te vergelijken en uit te wisselen. Beide analyse-instrumenten kunnen gehanteerd worden om fiets- en wandelbeleid te concretiseren, bijvoorbeeld in de vorm van een uitvoeringsprogramma.

Beoordelingsaspecten voor ‘Wandelbalans’

  1. Directheid;
  2. Comfort (hinder);
  3. Comfort (wegdek);
  4. Aantrekkelijkheid;
  5. Concurrentiepositie;
  6. Hoeveelheid verplaatsingen te voet;
  7. Verkeersveiligheid;
  8. Stedelijke dichtheid;
  9. Tevredenheid wandelaars;
  10. Beleid op papier;
  11. Luchtkwaliteit (ultrafijnstof);
  12. Gezondheidseffecten van het wandelen.

Beoordelingsaspecten van de Wandelbalans, ontwikkeld door Bas Kippers.

Als bekend is waar ontbrekende schakels vóórkomen of de kwaliteit van de fiets- of wandelruimte matig is, kunnen uiteenlopende oplossingsrichtingen gehanteerd worden om de ideale fiets- en wandelruimte te benaderen. Oplossingsrichtingen zijn onder te verdelen in stedenbouwkundige, verkeerskundige en (overige) beleidsmatige. In de praktijk zal een combinatie van deze oplossingsrichtingen gebruikt worden.

Stedenbouwkundige oplossingsrichtingen

Stedenbouwkundige oplossingsrichtingen kunnen ingezet worden bij stedenbouwkundige opgaven zoals nieuwbouw van wijken en herstructureringsprojecten. Het mengen van functies zoals wonen en winkelvoorzieningen in wijken met hoge bebouwingsdichtheden leidt veelal tot meer fiets- en wandelverplaatsingen. Daarnaast is de Vervoersprestatie op Locatie (VPL) een geschikt instrument om bij stedenbouwkundige opgaven te komen tot een ideale fiets- en wandelruimte. Bij toepassing van VPL vormt de woning het startpunt en wordt eerst het voetpadennetwerk ontworpen, vervolgens het fietspadennetwerk en ten slotte de wegen voor auto’s en openbaar vervoer.

Verkeerskundige oplossingsrichtingen

Verkeerskundige oplossingsrichtingen zijn het ontwikkelen en kwalitatief optimaliseren van fiets- en wandelpaden, met speciale aandacht voor kruisingen met andere infrastructuur. Fietsers en wandelaars kunnen barrières ervaren wanneer er weinig mogelijkheden zijn om infrastructuren (zoals spoorlijnen, snel- en rondwegen) te kruisen. Een lange wachttijd bij een kruising vanwege een verkeersregelinstallatie vormt eveneens een barrière. Daarnaast kunnen kruisingen onveilig zijn met ongevallen tot gevolg. Om te kunnen achterhalen of er op kruisingen conflicten kunnen ontstaan tussen fietsers en wandelaars enerzijds en autoverkeer anderzijds, kan een ‘conflictogram’ samengesteld worden of een ‘steranalyse’ worden uitgevoerd. De kaartbeelden als resultaat van beide analyses maken inzichtelijk waar problemen voorkomen, zodat ze vervolgens opgelost kunnen worden.

Overige oplossingsrichtingen

Overige beleidsmatige oplossingsrichtingen zijn stimuleringsbeleid voor fietsen en lopen (zoals extra fietsenstallingen, sociaal veiliger paden), auto-ontmoedigingsbeleid (zoals betaald parkeren, eenrichtingsverkeer), beleid rond gedragsbeïnvloeding (zoals communicatie bij verhuizing of nieuwe baan) en financieel beleid (zoals fiscale voordelen, subsidies). De belangrijkste rol bij de implementatie van stimuleringsbeleid is toebedeeld aan gemeenten, waarbij het toepassen van maatwerk belangrijk is. Het aanstellen van een gemeentelijke fiets- en wandelcoördinator kan sterk bijdragen aan het benaderen van de ideale fiets- en wandelruimte. Toch dienen ook het rijk en de provincies het beleid voor fietsen en wandelen te blijven ondersteunen, bijvoorbeeld op het terrein van wet- en regelgeving, projectinitiatie, subsidies en voorlichting.

Casestudy stad Utrecht

Er is een casestudy uitgevoerd van de stad Utrecht om te analyseren in hoeverre de theorie wordt toegepast en toegepast kan worden. Utrecht heeft veel fietsbeleid ontwikkeld en dit vertaald in een ‘uitvoeringsprogramma fietsen’. De Fietsbalans heeft (als analyse-instrument met betrekking tot de kwaliteit van de fietsruimte) aan de basis gestaan van de concretisering van probleempunten. Indien de gemeente al haar fietsplannen tot uitvoering weet te brengen, kan de ideale fietsruimte benaderd worden in 2015. In tegenstelling tot fietsen kent de stad Utrecht weinig beleid voor lopen en ontbreekt een ‘uitvoeringsprogramma wandelen’. Als het huidige wandelbeleid wordt voortgezet is de ideale wandelruimte in 2015 niet te benaderen. Echter, indien de gemeente Utrecht de Wandelbalans (als analyse-instrument met betrekking tot de kwaliteit van de wandelruimte) laat uitvoeren kan de gemeente komen tot een concreet ‘uitvoeringsprogramma wandelen’ waarmee de ideale wandelruimte in 2015 wel benaderd kan worden.

Conclusie

Gebleken is dat het stimuleren (ook wel verleiden) van mensen om meer te gaan fietsen en lopen beter kan slagen indien het wordt gecombineerd met auto-ontmoedigingsbeleid. Auto-ontmoedigingsbeleid suggereert mogelijk het opzettelijk hinderen van automobilisten, maar dat is niet het doel van dit onderzoek. Een groot deel van de Nederlanders is namelijk zowel automobilist als fietser en wandelaar. Het gaat er wel om als verkeersdeelnemer te kunnen kiezen uit een optimale mix van vervoerswijzen passend bij de af te leggen afstand. Daarvoor is het nodig een inhaalslag te maken op het gebied van de infrastructuur voor fietsers en wandelaars, zodat daardoor een goed alternatief ontstaat voor korte autoritten. Het gaat erom dat de reiziger geprikkeld wordt alternatieven voor de auto te gebruiken. Als gemeenten actief aan de slag gaan met de aangedragen duurzame oplossingsrichtingen, kan de ideale fiets- en wandelruimte in veel Nederlandse steden in 2015 benaderd worden. Op deze manier kunnen fietsen en lopen bijdragen aan het terugdringen van de problemen die veroorzaakt worden door korte autoritten.

Aanbevelingen

Op basis van het onderzoek ‘Fietsen en lopen naar duurzame stedelijke mobiliteit’ wordt aanbevolen om in Nederlandse steden met een vast tijdsinterval de ontwikkelde Wandelbalans uit te laten voeren door het Wandelplatform-LAW. Om te beginnen kan een pilot-project uitgevoerd worden voor één stad, waarbij de Fietsersbond kan optreden als ervaren coach. Daarnaast wordt aanbevolen dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat de Fietsbalans financieel blijft ondersteunen en de Wandelbalans gaat ondersteunen.

In de toekomst kan vervolgonderzoek verricht worden naar het aantal verplaatsingen per vervoerswijze op wijkniveau. Daarnaast wordt aanbevolen om een instrument te ontwikkelen waarmee verkeerstellingen van gemeenten gekoppeld kunnen worden aan zowel de Fiets- als Wandelbalans. Wanneer de Fiets- en Wandelbalans regelmatig herhaald worden in combinatie met verkeerstellingen en enquêtes, kunnen gemeenten de resultaten van fiets- en wandelbeleid in steden echt gaan monitoren. Ten slotte is aanbevolen om onderzoek te verrichten naar implementatiewijzen van auto-ontmoedigingsbeleid.

De auteur

Bas Kippers is werkzaam bij Impect op het terrein van ruimtelijke ontwikkeling en verkeer. Het onderzoek ‘Fietsen en lopen naar duurzame stedelijke mobiliteit’ heeft hij uitgevoerd ter afronding van de opleiding tot Master of Environmental Science (MSc) aan de University of Greenwich.